Bijlage 5: Argumenten vóór
DovenTV
Uit het historisch
overzicht (bijlage 1 van de werknotitie) wordt vooral duidelijk dat je met
heel goede argumenten moet komen om omroepen en programmamakers te overtuigen
van het belang van DovenTV. Uit het overzicht blijkt ook hoe weinig horende
media-mensen én politici van doofheid weten. Als je de media en/of de politiek
wilt overtuigen van het belang van DovenTV, dan moet je:
-
Goed uitleggen. Vaak
is het geen onwil, maar onbekendheid.
-
Kort en krachtig
formuleren, vanuit het perspectief van de lezer. Niemand heeft tijd om veel
te lezen. Iedereen denkt (in eerste instantie) vanuit het eigen, bekende
perspectief.
-
De
feiten weten. Hoeveel doven zijn er, hoeveel mensen zijn geïnteresseerd in
gebarentaal, hoeveel mensen kijken er naar See Hear?
-
Veel geduld én doorzettingsvermogen hebben.
Hieronder vragen en
antwoorden die je kunt verwachten in gesprekken met voor- en tegenstanders:
Hoeveel doven zijn er
eigenlijk in Nederland?
Er zijn in Nederland
15.000 mensen die doof geboren zijn, of op jonge leeftijd doof geworden. De
meeste van hen gebruiken als voertaal de Nederlandse Gebarentaal. Sinds 1997
wordt de Nederlandse Gebarentaal in het onderwijs aan dove kinderen als
eerste taal aangeboden.
Hoeveel mensen zullen er
naar DovenTV kijken?
Alle dove mensen, heel
veel slechthorenden, iedereen die met doven of slechthorenden te maken
heeft, in de familie, op het werk, in de buurt, of bij een opleiding.
Iedereen ook die om wat voor reden geïnteresseerd is in gebarentaal en/of de
cultuur en de visie van dove mensen. Naar het Engelse See Hear
(zaterdagmiddag, 13.00 uur, BBC2) kijken gemiddeld … mensen. (altijd bij
See hear tijdig de meest recente gegevens opvragen)
Het gesproken Nederlands is
voor dove mensen uiteraard niet toegankelijk. Ook radio is daardoor niet
toegankelijk. Maar ook televisie is maar ten dele toegankelijk, om drie
redenen. Niet alle televisieprogramma’s worden ondertiteld, met
ondertiteling wordt niet alle informatie weergegeven die horende mensen via
de oren krijgen, en: niet alle dove mensen kunnen de ondertiteling goed
lezen. Voor kinderen tot een jaar of 9 is ondertiteling in ieder geval
onvoldoende. Maar ook veel dove jongeren en volwassenen hebben problemen met
het lezen van ondertiteling. Tot 1999 werd Nederlandstalige programma’s
speciaal voor dove mensen in ‘eenvoudig’ Nederlands ondertiteld: korte
zinnen, eenvoudige woorden, en een lange leestijd. Sinds 1999 wordt het
taalniveau niet meer aangepast. Onbekend is hoe goed de ‘gemiddelde’ dove de
ondertiteling kan volgen.
DovenTV is duur, je kunt het
geld beter besteden aan meer ondertiteling!
Ondertiteling is óók
belangrijk, het is geen of-of kwestie. Een tv-programma in gebarentaal heeft
andere doelstellingen dan ondertiteling. Zie bijlage
4.
Als doven een eigen TV-progamma
krijgen, dan wil iedere groep gehandicapten en iedere minderheidsgroep een
eigen programma.
Voor de meeste andere
gehandicapten zijn reguliere tv programma’s goed toegankelijk. Mensen met
een verstandelijke handicap hebben al een eigen programma (Knoop in je
zakdoek). Voor blinde mensen maken de blindenbibliotheken zeer veel
informatie toegankelijk. Veel andere minderheidsgroepen hebben al een eigen
programma, of zelfs een eigen omroepvereniging. Allochtonen kunnen bovendien
via kabel of satelliet tv ontvangen uit hun eigen land. (Bijna) alle
andere minderheidsgroepen hebben dus al een eigen programma, DovenTV
schept geen nieuw precedent, het precedent is er al lang, alleen dove mensen
kunnen er nog steeds niet van profiteren!
NB: Tot een jaar of 15 geleden was er een radio
uitzending speciaal
voor blinden en slechtzienden. De maker van dit programma was
zelf blind. Het was een 10 minuten durend informatief programma
dat allerlei zaken behandelde die voor mensen met een visuele
handicap van belang waren. Dit programma bestaat niet meer en er is geen
andere radio uitzending voor teruggekomen.
Voor dove mensen is er
toch het Nieuws voor Doven en Slechthorenden, en Teletekst?
Nee, teletekst en het Nieuws voor Doven zijn een minimaal (in
tijd, in hoeveelheid informatie, in diversiteit, in toegankelijkheid en in
aantrekkelijkheid) alternatief voor radio, maar absoluut geen vervanging
voor televisie. Televisie biedt veel meer mogelijkheden dan Teletekst, juist
voor dove mensen: informatie in de eigen taal en informatie in en
ondersteund door beelden.
Bovendien zijn de
meeste (prelinguaal) dove mensen, niet
alleen in Nederland maar wereldwijd, ‘functioneel analfabeet’ ,dat wil
zeggen: ze kunnen niet goed genoeg lezen om bijvoorbeeld een krant te lezen,
of om formulieren in te vullen. En dus ook niet goed genoeg lezen om
Teletekst en het Nieuws voor Doven en Slechthorenden te kunnen begrijpen.In
het onderwijs aan dove kinderen wordt heel veel aandacht besteed aan het
leren van de Nederlandse taal en aan het leren lezen en schrijven. Toch
blijft de Nederlandse taal voor heel veel dove mensen altijd een ‘vreemde’
taal, omdat ze deze nooit hebben gehoord. Het systeem van de gesproken taal
is gebaseerd op geluid. Horende mensen kunnen gesproken taal begrijpen omdat
ze in de hersenen een soort ‘echobox’ hebben die noodzakelijk is voor de
verwerking van zinnen. Ook bij het lezen van taal doen horende mensen een
beroep op deze echobox. De echobox is een soort geheugen voor geluid, en
vooral voor spraakklanken. Dove mensen hebben deze echobox niet.
Waarschijnlijk is dat één van de redenen waarom veel dove mensen in de
ontwikkeling van het lezen blijven steken op het niveau van 10-jarige
horende kinderen.
Andere redenen die genoemd worden zijn: de beperkte wereldkennis van dove
mensen, de beperkte woordenschat, en/of het falen van het onderwijs.
Bij het ochtendjournaal en het Jeugdjournaal is nu
toch een doventolk?
Sinds 1999 worden het journaal
(in de ochtend) en het jeugdjournaal op Nederland 3 inderdaad voorzien van
een tolk gebarentaal. Op die manier wordt in ieder geval het dagelijks
nieuws toegankelijk te maken voor dove mensen.Maar het journaal geeft geen
achtergrondinformatie, en geen informatie over de eigen taal en cultuur van
dove mensen. Hoe kom je te weten wat politieke partijen willen, als je doof
bent? Hoe kom je te weten wat er in de wereld, in Nederland, op je werk of
in je eigen straat gebeurt, als je niet kunt lezen, niet kunt horen, en
bijna niemand gebarentaal kent? Natuurlijk spelen de welzijnsstichtingen
voor doven hierbij een belangrijke rol, maar: hoe weet je wat daar gebeurt,
als je niet of niet goed kunt lezen?
Met DovenTV willen we een
speciaal tv programma met informatie voor/door/over dove mensen, met
onderwerpen waarin dove mensen geïnteresseerd zijn, en waarbij de NGT de
voertaal is. Niet in plaats van, maar naast de huidige voorzieningen:
ondertiteling, Teletekst, de NGT tolk bij het (jeugd)journaal. Een televisie
programma speciaal voor dove mensen is zó vanzelfsprekend, dat het
onbegrijpelijk is dat we dat in Nederland nog steeds niet hebben hoewel
pluriformiteit één van de doelstellingen van het Nederlandse mediabeleid is!
Is het niet veel voordeliger
om zo’n programma op video te maken en per post te versturen?
Dove mensen maken deel
uit van de ‘dovengemeenschap’, maar willen ook als gelijkwaardige
burgers in de horende samenleving participeren. Beeldvorming is daarbij
belangrijk. Welk beeld hebben dove mensen van horenden? En omgekeerd: welk
beeld hebben horende mensen van doven? Vooroordelen of gewoon onbekendheid
blijkt voor dove mensen vaak een groter belemmering dan de doofheid zelf.
Een televisieprogramma dat interessant is voor dove én horende kijkers kan
bij beide groepen onbekendheid en vooroordelen wegnemen, interesse en begrip
wekken voor de ander, en daardoor discriminatie en ongelijke behandeling
voorkomen of bestrijden.
Een programma op video
bereikt alleen de mensen die daarop een abonnement nemen, en die er bewust
voor kiezen om kennis te nemen van wat er op de band staat. Een tv-programma
bereikt een veel breder publiek, en veel ‘toevallige’ kijkers.
Er is niet voldoende
zendtijd.
Dat is een kwestie van
prioriteiten en keuzes maken.
NB: als we digitale tv krijgen, wordt het aantal zenders enorm uitgebreid,
maar krijgt de publieke omroep dan ook meer zendtijd??
In Engeland is in de
Mediawet vastgelegd hoeveel procent van de programma’s in gebarentaal moet
worden uitgezonden. In de Nederlandse Mediawet staat daarover helemaal niets.
In de Nederlandse
Mediawet staat niets over gebarentaal, maar wel dat “vrijheid van
meningsuiting en het bewaken van de verscheidenheid van meningsuitingen in
het belang van de democratie” een van de taken van de publieke omroep is
(artikel 13c, lid 2).
Een andere taak van de
publieke omroep is: “Het beschermen van Nederlandse culturele
verworvenheden, en vergroting van de verschijningsmogelijkheden hiervan
(artikel 13c, lid 2). Dove mensen zijn een linguïstische en culturele
minderheid in Nederland, maar zij kunnen nu niet de eigen taal gebruiken om
hun mening publiekelijk te uiten. De Nederlandse Gebarentaal en de
Nederlandse Dovencultuur zijn verworvenheden die beschermd moeten worden, en
die groter bekendheid verdienen zowel binnen de Nederlandse en
internationale dovengemeenschap, als binnen de horende gemeenschap.In
de Mediawet staat tenslotte dat “de publieke omroep ruimte moet bieden om
aan individuele voorkeuren tegemoet te komen.”
Dove mensen willen (ook)
informatie in gebarentaal, willen (ook) informatie over de eigen taal en
eigen cultuur, en. willen (ook) dove mensen op via de media zien. Radio is
uitgesloten, Teletekst is zeer beperkt; Televisie is de enige mogelijkheid.
De overheid kan hiervoor geen
geld vrijmaken.
De Raad voor Cultuur
heeft staatssecretaris A. Nuis in 1998 al geadviseerd dat regelmatige
verschijning van de Nederlandse Gebarentaal belangrijk is. In Nederland
geeft de overheid jaarlijks vele miljoenen subsidie aan de toonkunsten
(muziek) en theater. Dove mensen betalen belasting en betalen dus mee aan
deze subsidies – maar hebben er weinig of geen profijt van. Een vast
percentage van dit budget zou moeten worden vrijgemaakt voor cultuur en
televisie voor doven.
De Nederlandse
blindenbibliotheken ontvangen in Nederland jaarlijks 14 miljoen euro
subsidie om materialen toegankelijk te maken voor de blinde en slechtziende
mensen. Ook dove mensen hebben een ‘lees’ of ‘media’ handicap, maar er zijn
in Nederland (nog) geen structurele voorzieningen om informatie toegankelijk
te maken voor dove mensen.
Hoe kan DovenTV de maatschappelijke positie van dove
mensen verbeteren?
DovenTV kan zorgen voor een
goede beeldvorming bij de horende gemeenschap en een sterkere identiteit bij
de dove mensen zelf. Het kan ervoor zorgen dat de Nederlandse Gebarentaal
meer bekend en geaccepteerd wordt. En dat dove mensen beter geïnformeerd
zijn: over de eigen gemeenschap, over ontwikkelingen in de horende
samenleving. Maar ook over specifieke onderwerpen zoals gezondheid,
verslaving, psychische problemen, enz. Dove mensen worden nu niet of
nauwelijks bereikt door algemene voorlichtingscampagnes. Zij lopen daardoor
een vergroot risico op ontsporingen – terwijl gespecialiseerde
opvangmogelijkheden duur en schaars zijn. Via dovenTV kan de doelgroep wél
bereikt worden en kan in ieder geval het informatietekort worden bestreden.
Hoe kan DovenTV de
onderwijskansen van dove kinderen verbeteren?
De meeste dove kinderen hebben
horende ouders. Deze kunnen het (jonge) kind (nog) geen volwaardige
gebarentaal aanbieden. Een TVprogramma voor dove kleuters en kinderen kan
taalachterstanden bij kinderen voorkomen. Bovendien leren de ouders zo samen
met het kind nieuwe gebaren.
De Nederlandse Gebarentaal wordt
toch nog niet erkend in Nederland?
De EU heeft de gebarentalen
van de lidstaten erkent en dringt erop aan dat de lidstaten hetzelfde doen,
en barrières wegnemen die het gebruik van gebarentaal verhinderen. In
Nederland is de Gebarentaal inderdaad nog steeds niet wettelijk erkend, en
er zijn nog steeds zeer veel barrières voor het gebruik van de taal. Toch
wordt de Gebarentaal in de praktijk wél erkend, ook door de politiek en het
onderwijs.
Er is toch niet één Nederlandse
Gebarentaal, iedere regio heeft toch z’n eigen dialect?
In het verleden, toen
gebarentaal nog ‘verboden’ was, was dat inderdaad zo. Inmiddels is er een
natuurlijk proces van standaardisatie in gang gezet; bovendien is het
Nederlands Gebarencentrum verantwoordelijk voor landelijke standaardisatie
van gebaren voor het onderwijs. Gebarentaal op tv kan een heel belangrijk
middel zijn bij de verdere standaardisatie van de Nederlandse Gebarentaal.
Er zijn in Nederland toch
helemaal geen dove mensen die professionele TV programma’s kunnen maken?
Dat is een kip-ei kwestie. Dove mensen
kunnen ‘on-the-job’ getraind worden. Wanneer er regelmatig tv-programma’s
voor doven gemaakt worden, zullen steeds meer doven een opleiding hierin
willen volgen. Elders in Europa (bv.Zweden, Denemarken, Finland, Engeland)
is er wél specifieke deskundigheid; in het kader van EU projecten kan met
hen samengewerkt worden, en kunnen Nederlandse doven daar trainingen volgen.
Zie ook bijlage 7.
De groep dove mensen is zó
divers en zó verdeeld, die willen allemaal iets anders.
Het is natuurlijk nooit
mogelijk een programma te maken dat iedereen leuk vindt, of het nu een
programma voor horende of voor dove mensen is.. Maar: met bv. een ‘magazine’
formule kun je ‘elck wat wills’ bieden. Duitsland (Sehen Statt Hören, en
Engeland, See Hear) laten zien dat dat goed mogelijk is. Wel is het
belangrijk om aparte programma’s te maken voor kinderen en jongeren.
Een paar jaar geleden werd
bij Dovenschap een videokrant uitgegeven. Dat experiment is al binnen twee
jaar mislukt. Waarom zou een tv programma dan wél succes hebben?
De videokrant werd met een
minimaal budget door vrijwilligers gemaakt. De vrijwilligers hadden geen
specifieke opleiding en moesten alles onbetaald en in de schaarse vrije
uurtjes doen. Er is geen marktonderzoek gedaan – we weten nu dus niet wat
dove mensen van de videokrant vonden. Bij DovenTV zal het om professionele
producties gaan – met een budget dat daarbij hoort.