DovenTV in Nederland,
werknotitie in opdracht van Dovenschap 
Liesbeth Pyfers, Pragma, maart 2003

 

Bijlage 5: Argumenten vóór DovenTV

Uit het historisch overzicht (bijlage 1 van de werknotitie) wordt vooral duidelijk dat je met heel goede argumenten moet komen om omroepen en programmamakers te overtuigen van het belang van DovenTV. Uit het overzicht blijkt ook hoe weinig horende media-mensen én politici van doofheid weten. Als je de media en/of de politiek wilt overtuigen van het belang van DovenTV, dan moet je:

  • Goed uitleggen. Vaak is het geen onwil, maar onbekendheid.

  • Kort en krachtig formuleren, vanuit het perspectief van de lezer. Niemand heeft tijd om veel te lezen. Iedereen denkt (in eerste instantie) vanuit het eigen, bekende perspectief. 

  • De feiten weten. Hoeveel doven zijn er, hoeveel mensen zijn geïnteresseerd in gebarentaal, hoeveel mensen kijken er naar See Hear?

  • Veel geduld én doorzettingsvermogen hebben.

Hieronder vragen en antwoorden die je kunt verwachten in gesprekken met voor- en tegenstanders:

Hoeveel doven zijn er eigenlijk in Nederland?

Er zijn in Nederland 15.000 mensen die doof geboren zijn, of op jonge leeftijd doof geworden. De meeste van hen gebruiken als voertaal de Nederlandse Gebarentaal. Sinds 1997 wordt de Nederlandse Gebarentaal in het onderwijs aan dove kinderen als eerste taal aangeboden.

Hoeveel mensen zullen er naar DovenTV kijken?

Alle dove mensen, heel veel slechthorenden, iedereen die met doven of slechthorenden te maken heeft, in de familie, op het werk, in de buurt, of bij een opleiding. Iedereen ook die om wat voor reden geïnteresseerd is in gebarentaal en/of de cultuur en de visie van dove mensen. Naar het Engelse See Hear (zaterdagmiddag, 13.00 uur, BBC2) kijken gemiddeld … mensen. (altijd bij See hear tijdig de meest recente gegevens opvragen)

Er is toch ondertiteling!

Het gesproken Nederlands is voor dove mensen uiteraard niet toegankelijk. Ook radio is daardoor niet toegankelijk. Maar ook televisie is maar ten dele toegankelijk, om drie redenen. Niet alle televisieprogramma’s worden ondertiteld, met ondertiteling wordt niet alle informatie weergegeven die horende mensen via de oren krijgen, en: niet alle dove mensen kunnen de ondertiteling goed lezen. Voor kinderen tot een jaar of 9 is ondertiteling in ieder geval onvoldoende. Maar ook veel dove jongeren en volwassenen hebben problemen met het lezen van ondertiteling. Tot 1999 werd Nederlandstalige programma’s speciaal voor dove mensen in ‘eenvoudig’ Nederlands ondertiteld: korte zinnen, eenvoudige woorden, en een lange leestijd. Sinds 1999 wordt het taalniveau niet meer aangepast. Onbekend is hoe goed de ‘gemiddelde’ dove de ondertiteling kan volgen.

DovenTV is duur, je kunt het geld beter besteden aan  meer ondertiteling!

Ondertiteling is óók belangrijk, het is geen of-of kwestie. Een tv-programma in gebarentaal heeft andere doelstellingen dan ondertiteling. Zie bijlage 4.

Als doven een eigen TV-progamma krijgen, dan wil iedere groep gehandicapten en iedere minderheidsgroep een eigen programma.

Voor de meeste andere gehandicapten zijn reguliere tv programma’s goed toegankelijk. Mensen met een verstandelijke handicap hebben al een eigen programma (Knoop in je zakdoek). Voor blinde mensen maken de blindenbibliotheken zeer veel informatie toegankelijk.  Veel andere minderheidsgroepen hebben al een eigen programma, of zelfs een eigen omroepvereniging. Allochtonen kunnen bovendien via kabel of satelliet tv ontvangen uit hun eigen land. (Bijna) alle andere minderheidsgroepen hebben dus al een eigen programma, DovenTV schept geen nieuw precedent, het precedent is er al lang, alleen dove mensen kunnen er nog steeds niet van profiteren!

NB: Tot een jaar of 15 geleden was er een radio uitzending speciaal
voor blinden en slechtzienden. De maker van dit programma was
zelf blind. Het was een 10 minuten durend informatief programma
dat allerlei zaken behandelde die voor mensen met een visuele
handicap van belang waren. Dit programma bestaat niet meer en er is geen andere radio  uitzending voor teruggekomen.

Voor dove mensen is er toch het Nieuws voor Doven en Slechthorenden, en Teletekst?

Nee, teletekst en het Nieuws voor Doven zijn een minimaal (in tijd, in hoeveelheid informatie, in diversiteit, in toegankelijkheid en in aantrekkelijkheid) alternatief voor radio, maar absoluut geen vervanging voor televisie. Televisie biedt veel meer mogelijkheden dan Teletekst, juist voor dove mensen: informatie in de eigen taal en informatie in en ondersteund door beelden. 

Bovendien zijn de meeste (prelinguaal) dove mensen, niet alleen in Nederland maar wereldwijd, ‘functioneel analfabeet’ ,dat wil zeggen: ze kunnen niet goed genoeg lezen om bijvoorbeeld een krant te lezen, of om formulieren in te vullen. En dus ook niet goed genoeg lezen om Teletekst en het Nieuws voor Doven en Slechthorenden te kunnen begrijpen.In het onderwijs aan dove kinderen wordt heel veel aandacht besteed aan het leren van de Nederlandse taal en aan het leren lezen en schrijven. Toch blijft de Nederlandse taal voor heel veel dove mensen altijd een ‘vreemde’ taal, omdat ze deze nooit hebben gehoord. Het systeem van de gesproken taal is gebaseerd op geluid. Horende mensen kunnen gesproken taal begrijpen omdat ze in de hersenen een soort ‘echobox’ hebben die noodzakelijk is voor de verwerking van zinnen. Ook bij het lezen van taal doen horende mensen een beroep op deze echobox. De echobox is een soort geheugen voor geluid, en vooral voor spraakklanken. Dove mensen hebben deze echobox niet. Waarschijnlijk is dat één van de redenen waarom veel dove mensen in de ontwikkeling van het lezen blijven steken op het niveau van 10-jarige horende kinderen.
Andere redenen die genoemd worden zijn: de beperkte wereldkennis van dove mensen, de beperkte woordenschat, en/of het falen van het onderwijs.

Bij het ochtendjournaal en het Jeugdjournaal is nu toch een doventolk?

Sinds 1999 worden het journaal (in de ochtend) en het jeugdjournaal op Nederland 3 inderdaad voorzien van een tolk gebarentaal. Op die manier wordt in ieder geval het dagelijks nieuws toegankelijk te maken voor dove mensen.Maar het journaal geeft geen achtergrondinformatie, en geen informatie over de eigen taal en cultuur van dove mensen. Hoe kom je te weten wat politieke partijen willen, als je doof bent? Hoe kom je te weten wat er in de wereld, in Nederland, op je werk of in je eigen straat gebeurt, als je niet kunt lezen, niet kunt horen, en bijna niemand gebarentaal kent? Natuurlijk spelen de welzijnsstichtingen voor doven hierbij een belangrijke rol, maar: hoe weet je wat daar gebeurt, als je niet of niet goed kunt lezen?

Met  DovenTV willen we een speciaal tv programma met informatie voor/door/over dove mensen, met onderwerpen waarin dove mensen geïnteresseerd zijn, en waarbij de NGT de voertaal is. Niet in plaats van, maar naast de huidige voorzieningen: ondertiteling, Teletekst, de NGT tolk bij het (jeugd)journaal. Een televisie programma speciaal voor dove mensen is zó vanzelfsprekend, dat het onbegrijpelijk is dat we dat in Nederland nog steeds niet hebben hoewel pluriformiteit één van de doelstellingen van het Nederlandse mediabeleid is!

Is het niet veel voordeliger om zo’n programma op video te maken en per post te versturen?

Dove mensen maken deel uit van de ‘dovengemeenschap’, maar willen ook als gelijkwaardige burgers in de horende samenleving participeren. Beeldvorming is daarbij belangrijk. Welk beeld hebben dove mensen van horenden? En omgekeerd: welk beeld hebben horende mensen van doven? Vooroordelen of gewoon onbekendheid blijkt voor dove mensen vaak een groter belemmering dan de doofheid zelf. Een televisieprogramma dat interessant is voor dove én horende kijkers kan bij beide groepen onbekendheid en vooroordelen wegnemen, interesse en begrip wekken voor de ander, en daardoor discriminatie en ongelijke behandeling voorkomen of bestrijden.

Een programma op video bereikt alleen de mensen die daarop een abonnement nemen, en die er bewust voor kiezen om kennis te nemen van wat er op de band staat. Een tv-programma bereikt een veel breder publiek, en veel ‘toevallige’ kijkers.

Er is niet voldoende zendtijd.

Dat is een kwestie van prioriteiten en keuzes maken.
NB: als we digitale tv krijgen, wordt het aantal zenders enorm uitgebreid, maar krijgt de publieke omroep dan ook meer zendtijd??

In Engeland is in de Mediawet vastgelegd hoeveel procent van de programma’s in gebarentaal moet worden uitgezonden. In de Nederlandse Mediawet staat daarover helemaal niets.

In de Nederlandse Mediawet staat niets over gebarentaal, maar wel dat “vrijheid van meningsuiting en het bewaken van de verscheidenheid van meningsuitingen in het belang van de democratie” een van de taken van de publieke omroep is (artikel 13c, lid 2).

Een andere taak van de publieke omroep is: “Het beschermen van Nederlandse culturele verworvenheden, en vergroting van de verschijningsmogelijkheden hiervan (artikel 13c, lid 2). Dove mensen zijn een linguïstische en culturele minderheid in Nederland, maar zij kunnen nu niet de eigen taal gebruiken om hun mening publiekelijk te uiten. De Nederlandse Gebarentaal en de Nederlandse Dovencultuur zijn verworvenheden die beschermd moeten worden, en die groter bekendheid verdienen zowel binnen de Nederlandse en internationale dovengemeenschap, als binnen de horende gemeenschap.In de Mediawet staat tenslotte dat “de publieke omroep ruimte moet bieden om aan individuele voorkeuren tegemoet te komen.” 

Dove mensen willen (ook) informatie in gebarentaal, willen (ook) informatie over de eigen taal en eigen cultuur, en. willen (ook) dove mensen op via de media zien. Radio is uitgesloten, Teletekst is zeer beperkt; Televisie is de enige mogelijkheid.

De overheid kan hiervoor geen geld vrijmaken.

De Raad voor Cultuur heeft staatssecretaris A. Nuis in 1998 al geadviseerd dat regelmatige verschijning van de Nederlandse Gebarentaal belangrijk is. In Nederland geeft de overheid jaarlijks vele miljoenen subsidie aan de toonkunsten (muziek) en theater. Dove mensen betalen belasting en betalen dus mee aan deze subsidies – maar hebben er weinig of geen profijt van. Een vast percentage van dit budget zou moeten worden vrijgemaakt voor cultuur en televisie voor doven.

De Nederlandse blindenbibliotheken ontvangen in Nederland jaarlijks 14 miljoen euro subsidie om materialen toegankelijk te maken voor de blinde en slechtziende mensen. Ook dove mensen hebben een ‘lees’ of ‘media’ handicap, maar er zijn in Nederland (nog) geen structurele voorzieningen om informatie toegankelijk te maken voor dove mensen.

Hoe kan DovenTV de maatschappelijke positie van dove mensen verbeteren?

DovenTV kan zorgen voor een goede beeldvorming bij de horende gemeenschap en een sterkere identiteit bij de dove mensen zelf. Het kan ervoor zorgen dat de Nederlandse Gebarentaal meer bekend en geaccepteerd wordt. En dat dove mensen beter geïnformeerd zijn: over de eigen gemeenschap, over ontwikkelingen in de horende samenleving. Maar ook over specifieke onderwerpen zoals gezondheid, verslaving, psychische problemen, enz. Dove mensen worden nu niet of nauwelijks bereikt door algemene voorlichtingscampagnes. Zij lopen daardoor een vergroot risico op ontsporingen – terwijl gespecialiseerde opvangmogelijkheden duur en schaars zijn. Via dovenTV kan de doelgroep wél bereikt worden en kan in ieder geval het informatietekort worden bestreden.

Hoe kan DovenTV de onderwijskansen van dove kinderen verbeteren?

De meeste dove kinderen hebben horende ouders. Deze kunnen het (jonge) kind (nog) geen volwaardige gebarentaal aanbieden. Een TVprogramma voor dove kleuters en kinderen kan taalachterstanden bij kinderen voorkomen. Bovendien leren de ouders zo samen met het kind nieuwe gebaren.

De Nederlandse Gebarentaal wordt toch nog niet erkend in Nederland?

De EU heeft de gebarentalen van de lidstaten erkent en dringt erop aan dat de lidstaten hetzelfde doen, en barrières wegnemen die het gebruik van gebarentaal verhinderen. In Nederland is de Gebarentaal inderdaad nog steeds niet wettelijk erkend, en er zijn nog steeds zeer veel barrières voor het gebruik van de taal. Toch wordt de Gebarentaal in de praktijk wél erkend, ook door de politiek en het onderwijs.

Er is toch niet één Nederlandse Gebarentaal, iedere regio heeft toch z’n eigen dialect?

In het verleden, toen gebarentaal nog ‘verboden’ was, was dat inderdaad zo. Inmiddels is er een natuurlijk proces van standaardisatie in gang gezet; bovendien is het Nederlands Gebarencentrum verantwoordelijk voor landelijke standaardisatie van gebaren voor het onderwijs. Gebarentaal op tv kan een heel belangrijk middel zijn bij de verdere standaardisatie van de Nederlandse Gebarentaal.

Er zijn in Nederland toch helemaal geen dove mensen die professionele TV programma’s kunnen maken?

Dat is een kip-ei kwestie. Dove mensen kunnen ‘on-the-job’ getraind worden. Wanneer er regelmatig tv-programma’s voor doven gemaakt worden, zullen steeds meer doven een opleiding hierin willen volgen. Elders in Europa (bv.Zweden, Denemarken, Finland, Engeland) is er wél specifieke deskundigheid; in het kader van EU projecten kan met hen samengewerkt worden, en kunnen Nederlandse doven daar trainingen volgen. Zie ook bijlage 7.

De groep dove mensen is zó divers en zó verdeeld, die willen allemaal iets anders.

Het is natuurlijk nooit mogelijk een programma te maken dat iedereen leuk vindt, of het nu een programma voor horende of voor dove mensen is.. Maar: met bv. een ‘magazine’ formule kun je ‘elck wat wills’ bieden. Duitsland (Sehen Statt Hören, en Engeland, See Hear) laten zien dat dat goed mogelijk is. Wel is het belangrijk om aparte programma’s te maken voor kinderen en jongeren.

Een paar jaar geleden werd bij Dovenschap een videokrant uitgegeven. Dat experiment is al binnen twee jaar mislukt. Waarom zou een tv programma dan wél succes hebben?

De videokrant werd met een minimaal budget door vrijwilligers gemaakt. De vrijwilligers hadden geen specifieke opleiding en moesten alles onbetaald en in de schaarse vrije uurtjes doen. Er is geen marktonderzoek gedaan – we weten nu dus niet wat dove mensen van de videokrant vonden. Bij DovenTV zal het om professionele producties gaan – met een budget dat daarbij hoort.